Sean Cullen — Chimp and the Woman songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Chimp and the Woman" van Sean Cullen.

Songteksten

There was a woman, who lived alone.
nobody called her on, the telephone.
she went into the woods one day, found a young chimp, who had gone astray.
she took that primate home, so she wouldn’t have to be alone.
they spent the winter together, warm in their love despite, the harshness of,
the winter weather.
the chimp and the woman
living together in a house of stone
the chimp and the woman
they made this house a home.
the chimp and the woman were happy there.
the chimp was safe, the woman had found a friend
but the townsfolk heard of, this bizarre affair.
they said, «how can she love a creature that is covered with hair»
they cam with axes and torches, they burnt her front and back porches.
they kicked in the door shouting, «death, to the chimp loving whore!»
but they were gone, no one knew were they went.
years went by and the world spun around.
then one day, a strange creature walked into town
it cam in from the wild, it was a half chimp-half human hybrid child.
and it said;
«i am a chimp child,
i bring fortunate smiles
if we could live in peace then all hatrid would cease
if we could learn to love, get the blessings from above.
if we could all hold hands, then maybe then we’d understand.»
and the people, oh the people, they beat him to death with a rock.

Songtekstvertaling

Er was een vrouw, die alleen woonde.
niemand belde haar op, de telefoon.
ze ging op een dag het bos in, vond een jonge chimpansee, die op een dwaalspoor was geraakt.
ze nam die primaat mee naar huis, zodat ze niet alleen hoefde te zijn.
ze brachten de winter samen door, warm in hun liefde ondanks de hardheid van,
winterweer.
de chimpansee en de vrouw
samenwonen in een stenen huis
de chimpansee en de vrouw
ze hebben van dit huis een thuis gemaakt.
de chimpansee en de vrouw waren daar gelukkig.
de chimpansee was veilig, de vrouw had een vriend gevonden.
maar de dorpelingen hebben van deze bizarre affaire gehoord.
zij zeiden: "Hoe kan zij van een wezen houden dat bedekt is met haar?»
ze camoufleren met bijlen en fakkels, ze verbrandden haar voor-en achterpoorten.
ze trapten de deur in schreeuwend, " dood, aan de chimpansee liefhebbende hoer!»
maar ze waren weg, niemand wist waar ze heen gingen.
jaren gingen voorbij en de wereld draaide rond.
op een dag liep een vreemd wezen de stad in.
het kwam uit het wild, het was een half chimpansee half menselijk hybride kind.
en er stond:;
"ik ben een chimpansee kind,
ik breng gelukkige glimlach
als we in vrede konden leven, zou alle haat ophouden.
als we konden leren om lief te hebben, krijgen de zegeningen van boven.
als we elkaars hand vast konden houden, dan zouden we het misschien begrijpen.»
en de mensen, oh de mensen, ze sloegen hem dood met een steen.