Richard Burton — Lament by Dylan Thomas songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Lament by Dylan Thomas" van Richard Burton.

Songteksten

When I was a windy boy and a bit
And the black spit of the chapel fold,
(Sighed the old ram rod, dying of women),
I tiptoed shy in the gooseberry wood,
The rude owl cried like a tell-tale tit,
I skipped in a blush as the big girls rolled
Nine-pin down on donkey’s common,
And on seesaw sunday nights I wooed
Whoever I would with my wicked eyes,
The whole of the moon I could love and leave
All the green leaved little weddings' wives
In the coal black bush and let them grieve.
When I was a gusty man and a half
And the black beast of the beetles' pews
(Sighed the old ram rod, dying of bitches),
Not a boy and a bit in the wick-
Dipping moon and drunk as a new dropped calf,
I whistled all night in the twisted flues,
Midwives grew in the midnight ditches,
And the sizzling sheets of the town cried, Quick!-
Whenever I dove in a breast high shoal,
Wherever I ramped in the clover quilts,
Whatsoever I did in the coal-
Black night, I left my quivering prints.
When I was a man you could call a man
And the black cross of the holy house,
(Sighed the old ram rod, dying of welcome),
Brandy and ripe in my bright, bass prime,
No springtailed tom in the red hot town
With every simmering woman his mouse
But a hillocky bull in the swelter
Of summer come in his great good time
To the sultry, biding herds, I said,
Oh, time enough when the blood runs cold,
And I lie down but to sleep in bed,
For my sulking, skulking, coal black soul!
When I was half the man I was
And serve me right as the preachers warn,
(Sighed the old ram rod, dying of downfall),
No flailing calf or cat in a flame
Or hickory bull in milky grass
But a black sheep with a crumpled horn,
At last the soul from its foul mousehole
Slunk pouting out when the limp time came;
And I gave my soul a blind, slashed eye,
Gristle and rind, and a roarers' life,
And I shoved it into the coal black sky
To find a woman’s soul for a wife.
Now I am a man no more no more
And a black reward for a roaring life,
(Sighed the old ram rod, dying of strangers),
Tidy and cursed in my dove cooed room
I lie down thin and hear the good bells jaw--
For, oh, my soul found a sunday wife
In the coal black sky and she bore angels!
Harpies around me out of her womb!
Chastity prays for me, piety sings,
Innocence sweetens my last black breath,
Modesty hides my thighs in her wings,
And all the deadly virtues plague my death!

Songtekstvertaling

Toen ik een winderige jongen was en een beetje
En het zwarte spit van de kapelvouw,
(Zuchtte de oude ram rod, stervend van vrouwen),
Ik was verlegen in het kruisbessenhout.,
De onbeschofte uil huilde als een tiet.,
Ik sloeg in een blos toen de grote meisjes rolden.
Negen pinnen op ezel ' s common,
En op de zondagavonden wookte ik
Wie ik ook zou willen met mijn slechte ogen,
De hele maan kon ik liefhebben en verlaten
Alle groene vrouwen van kleine bruiloften
In de zwarte kolenstruik en laat ze rouwen.
Toen ik nog een trouwe man was.
En het zwarte beest van de kevers kerkbanken
(Zuchtte de oude ram rod, stervend van teven),
Geen jongen en een beetje in de pit.-
Dompelende maan en dronken als een nieuw gedropt kalf,
Ik floot de hele nacht in de verstuikte fluit.,
Vroedvrouwen groeiden in de nachtelijke greppels,
En de sissende lakens van de stad huilden, snel!-
Als ik in een school dook,
Waar ik ook in de klaver quilts stond.,
Wat ik ook deed in de kolen-
Zwarte nacht, Ik liet mijn bevende afdrukken achter.
Toen ik een man was, kon je een man bellen.
En het zwarte kruis van het heilige huis,
(Zuchtte de oude ram rod, stervend van welkom),
Brandy en rijp in mijn heldere, bass prime,
Geen springtail met tom in the red hot town
Met elke simmerende vrouw zijn muis
Maar een heuvelachtige stier in de zwelger
Of summer come in his great good time
Aan de zwoele, bevende kuddes, zei ik.,
Tijd genoeg als het bloed koud wordt.,
En ik lig maar te slapen in bed,
Voor mijn pruilende, sluipende, kool zwarte ziel!
Toen ik half de man was die ik was
En dien mij zoals de predikers waarschuwen.,
(Zuchtte de oude ram rod, stervend van de ondergang),
Geen kalf of kat in een vlam
Of hickory bull in melkachtig gras
Maar een zwart schaap met een kreukelde Hoorn,
Eindelijk de ziel uit zijn Smerige muizenhol
Slunk pruilde toen de manke tijd kwam.;
En ik gaf mijn ziel een blind, doorgesneden oog,
Kraakbeen en korst, en een roarersleven,
En ik duwde het in de zwarte hemel.
Om de ziel van een vrouw te vinden voor een vrouw.
Nu ben ik een man niet meer.
En een zwarte beloning voor een brullend leven.,
(Zuchtte de oude ram rod, stervend van vreemden),
Opgeruimd en vervloekt in mijn duivenkamer
Ik lig dun neer en hoor de goede klokken kaak--
Want, oh, mijn ziel vond een zondagsvrouw
In de zwarte hemel en ze droeg engelen!
Harpijen om me heen uit haar baarmoeder!
Kuisheid bidt voor mij, vroom zingt,
Onschuld verzacht mijn laatste zwarte adem,
Bescheidenheid verbergt mijn dijen in haar vleugels,
En alle dodelijke deugden teisteren mijn dood!