Reincidentes — Poema Social De Guerra Y Muerte songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Poema Social De Guerra Y Muerte" van Reincidentes.
Songteksten
Tened presente el hambre, recordad su pasado turbio de capataces que pagaban en plomo aquel jornal al precio de la sangre cobrado con yugos en el alma,
con golpes en el lomo
El hambre paseaba sus vacas exprimidas, sus mujeres resecas, sus devoradas
ubres, sus vidas quijadas, sus miserables vidas frente a los comedores y los
cuerpos salubres.
No habis querido or con orejas abiertas el llanto de millones de nios
jornaleros. Ladrabais cuando el hambre llamaba a vuestras puertas a pedir con
la boca de los mismos luceros.
Se ejercita en la bestia y empua la cuchara dispuesto a que ninguno se le acerque a la mesa. Entonces slo veo sobre el mundo una piara de tigres y en mis
ojos la visin duele y pesa.
Hambrientamente lucho yo, con todas mis brechas, cicatrices y heridas,
seales y recuerdos del hambre contra tantas barrigas satisfechas,
cerdos con un origen peor que el de los cerdos.
Los anos de abundancia, la saciedad, la hartura eran slo de aquellos que se llamaban amos para que venga el pan justo a la dentadura. Del hambre de los
pobres, aqu estoy, aqu estamos.
Nosotros no podemos ser ellos, los de enfrente, los que entienden la vida como
un motn sangriento, domo los tiburones, voracidad y diente, panteras deseosas
de un mundo siempre hambriento.
(Miguel Hernndez), fragmento.
Songtekstvertaling
Denk aan de honger, denk aan zijn troebele verleden van voormannen die die jornal hebben betaald voor de prijs van bloed belast met jokes in de ziel,
met klappen op de rug
Honger liep met hun uitgeperste koeien, hun uitgedroogde vrouwen, hun verslonden
hun ellendige leven, hun ellendige leven voor de eters en de
gezonde lichamen.
Je hebt het gehuil van miljoenen kinderen niet gewild of met open oren.
dagloners. Je blafte toen de honger op je deur klopte om te vragen met
de monden van de sterren zelf.
Hij oefent op het beest en duwt de lepel in de wil dat niemand bij de tafel komt. Dan zie ik alleen op de wereld een piara van tijgers en in mijn
ogen de visin doet pijn en weegt.
Ik vecht met honger, met al mijn gaten, littekens en wonden,
zeehonden en herinneringen aan honger tegen zoveel tevreden buiken,
varkens met een slechtere oorsprong dan varkens.
De jaren van overvloed, verzadiging, verzadiging waren slechts degenen die zichzelf meesters noemden, opdat het juiste brood tot de tanden zou komen. Van de honger van de
arm, hier ben ik, hier zijn we.
Wij kunnen hen niet zijn, degenen aan de overkant van de straat, degenen die het leven als
een bloedige motn, temmen de haaien, voracity en tand, enthousiaste Panters
van een wereld die altijd honger heeft.
Fragment.