Árbol — Sobrinos songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Sobrinos" van Árbol.

Songteksten

'a' conoce a 'b'
Se casa con el
Y al tiempo tiene un hijo
Que tiene un hijo
Que tiene un hijo
Que tiene un hijo
Que tiene un hijo
Al que llamaron 'c'
Y que es tio de 'd'
Y el primo tiene un nieto
Que tiene un nieto
Que tiene un nieto
Que tiene un nieto
Que tiene un nieto
Que crio a 'g'
Que tenia dos criados
Que no eran mas
Que hijos de otros hijo
De otros hijos
De otros hijos
De otros hijos
De la misma mujer
De la misma mujer
'j' sin dudar se va a vivir con 'k'
Y se entera que era el padrino de su padrino
Que es parecido a un tio primo
De mis amigos que se casaron en las vegas
Pero no recuerda con quien fue
Sin con 'y' o con 'i'
O con la sobrina de mi madrina
Que es media tia
Asi que puede que yo sea
El hijo de tu abuela
Y entonces 'luke, soy tu padre'
Yo diga
O sea tal vez una tia
El mundo es un pañuelo
's' se borro y a 't' la embarazo
De quienes son mellizas
De las mellizas
De las mellizas
De las mellizas
Llamadas 'w'
Que no supieron que no eran otras
Que las abuelas del tio abuelo
Del tio abuelo
Del tio abuelo
Del tio abuelo
Del tio abuelo
Asi que puede que yo sea.
Al que Dios no le da hijos
El diablo le da sobrinos
Y si en un pañuelo vivimos
Como no me conoces?

Songtekstvertaling

"a" en "b"
Ze trouwt met hem.
En tegelijkertijd heeft ze een zoon.
Wie heeft er een zoon?
Wie heeft er een zoon?
Wie heeft er een zoon?
Wie heeft er een zoon?
The one they called 'c'
En dat is D ' s oom.
En de neef heeft een kleinzoon.
Die een kleinzoon heeft
Die een kleinzoon heeft
Die een kleinzoon heeft
Die een kleinzoon heeft
Dat ik 'g'creëer
Dat hij tot de dienaren behoorde.
Dat ze niet meer waren
Welke kinderen van andere zoon
Van andere kinderen
Van andere kinderen
Van andere kinderen
Van dezelfde vrouw
Van dezelfde vrouw
'j' zonder aarzeling gaat leven met 'k'
En hij ontdekt dat hij de peetvader van zijn peetvader was.
Wat lijkt op een neef oom.
Van mijn vrienden die in vegas zijn getrouwd.
Maar hij weet niet meer met wie hij was.
Geen Y of ik
Of het nichtje van mijn peetmoeder.
Dat is een halve tia.
Dus misschien ben ik dat wel.
De zoon van je oma.
En dan 'luke, ik ben je vader'
Ik zeg
Misschien is ze tante.
De wereld is een zakdoek
's' wordt gewist en naar ' t ' zwangerschap
Van hen die tweelingen zijn
Van de tweeling
Van de tweeling
Van de tweeling
'W' calls
Dat ze niet wisten dat ze niet anders waren.
Opa 's opa' s opa
Van Oom Opa.
Van Oom Opa.
Van Oom Opa.
Van Oom Opa.
Misschien ben ik dat wel.
Aan wie God geen kinderen geeft
De duivel geeft hem neefjes.
En als we in een zakdoek leven
Waarom ken je me niet?