Moonsorrow — Jumalten Kaupunki/Tuhatvuotinen Perintö songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Jumalten Kaupunki/Tuhatvuotinen Perintö" van Moonsorrow.
Songteksten
Tuhannen vuotta olemme kulkeneet
eksyksissä, etsien kadotettua kansaamme, ja katso!
edessämme avautuu tie jumalten kaupunkiin.
Tuon laakson pohjalla
taivaiden tornien ympäröimänä.
Joet vilkkaat risteävät
aikaa ammoista kuljettaen.
Saattue pysähtyy
lämpimään sateeseen.
Jossain kaukaisuudessa
pronssitorvi soi — kuunnelkaa!
Tie aukenee laaksoon,
vedet ain' virtaa alaspäin.
Ikuisuuteen aika vie,
kultaiseen taloon jumalten.
Ukkonen valaisee
seinämät vuorten jylhien.
Vesi rummuttaa kattoa metsän
sen kansaa raviten.
Tuhannen vuotta kulunut kai
on siitä kun täältä lähdimme.
Vihdoin olemme kotona
kaupungissa ikuisten.
Tie aukenee laaksoon,
vedet ain' virtaa alaspäin.
Ikuisuuteen aika vie,
kultaiseen taloon jumalten.
Puisen pöydän äärellä
esi-isät juhlivat.
Sirpaleissa rikotun lumouksen
jalat veressä tanssien.
Vesi kadonneen järvenselän
iäisyydessä lepää.
Heikko pinta peilityyni väreilee
vain kosketuksesta ihmisen.
Tuhannen vuotta ja veljet toisensa pettävät.
Niin jumalten kaupungin
kauneus edessämme katoaa.
For a thousand years we have wandered,
seeking for our forsaken people, and lo!
before us is the path to the city of the gods.
At the bottom of that valley
surrounded by heavenly towers.
There cross two brisk rivers
carrying long gone time.
Here the company will stop,
resting in the warmth of rain.
Somewhere far, far away
sounds a bronzen horn — hearken!
Path leads to a valley,
waters running downwards.
To eternity our time shall lead us,
to the golden house of the gods.
At the flash of lightning
the dreary mountains unveil.
Water pounds the green vault,
nourishing the woodland folk.
A thousand years may have passed
from the moment we left our home.
At last have we returned
to the city of the eternal.
Path leads to a valley,
waters running downwards.
To eternity our time shall lead us,
to the golden house of the gods.
Our forefathers, they feast
around a wooden table.
In the fragments of a broken spell
they dance with blooded feet.
The open, forsaken lake
is sleeping in forever.
The frail unrippled breaks
only at the touch of man.
A thousand years
for a brother to betray brother.
And the beauty of the city of the gods
will vanish before our eyes.
Songtekstvertaling
Voor duizend jaar zijn we voorbij
verloren, zoekend naar ons verloren volk, en zie!
voor ons opent de weg naar de stad van de goden.
Op de bodem van die vallei
omringd door torens van de hemel.
Rivieren die elkaar kruisen
het neemt tijd weg van het vapen.
Konvooi stopt
warme regen.
Ergens in de verte
de bronzen Hoorn ringen-luister!
De weg opent in de vallei,
het water stroomt niet naar beneden.
Tijd duurt eeuwig.,
het Gouden Huis van de goden.
Donder schijnt
de muren van de bergen.
Water trommelt het plafond van het bos
het voeden van zijn mensen.
Duizend jaar gingen voorbij, denk ik.
sinds we hier weg zijn.
Eindelijk zijn we thuis.
in de stad van de eeuwige.
De weg opent in de vallei,
het water stroomt niet naar beneden.
Tijd duurt eeuwig.,
het Gouden Huis van de goden.
Bij de houten tafel
voorouders vieren feest.
De betovering gebroken in granaatscherven
voeten in bloed dansen.
Water uit het verloren meer
rust voor altijd.
Het zwakke oppervlak van mijn spiegel trilt
alleen door contact met een mens.
Duizend jaar, en de broers bedriegen elkaar.
Zo ' n stad van goden
de schoonheid voor ons verdwijnt.
Duizend jaar hebben we rondgelopen.,
op zoek naar ons verlaten Volk.
voor ons ligt het pad naar de stad van de goden.
Op de bodem van die vallei
omringd door hemelse torens.
Daar kruisen twee sterke rivieren.
lange tijd dragen.
Hier zal het bedrijf stoppen,
rustend in de warme regen.
Ergens ver, ver weg
klinkt als een bronzen hoornhoor.
Pad leidt naar een vallei,
Waters running downs.
Naar de eeuwigheid zal onze tijd ons leiden,
naar het Gouden Huis van de goden.
Bij de flits van de bliksem
de sombere bergen onthullen.
Water weegt de groene kluis.,
het bosvolk voeden.
Duizend jaar kan voorbij zijn gegaan.
vanaf het moment dat we ons huis verlieten.
Eindelijk zijn we terug.
naar de stad van de eeuwige.
Pad leidt naar een vallei,
Waters running downs.
Naar de eeuwigheid zal onze tijd ons leiden,
naar het Gouden Huis van de goden.
Onze voorvaderen, zij feesten
rond een houten tafel.
In de fragmenten van een gebroken spreuk
ze dansen met bloederige voeten.
Het Open, verlaten meer
hij slaapt voor altijd uit.
De broze, onverbiddelijke breuken
alleen op de aanraking van de mens.
Duizend jaar
voor een broer die zijn broer verraadt.
En de schoonheid van de stad van de goden
zal verdwijnen voor onze ogen.