Martin Carthy — The Wife Of Usher's Well songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "The Wife Of Usher's Well" van Martin Carthy.
Songteksten
There lived a wife in Usher’s Well
And a wealthy wife was she
She’d three fine and stalwart sons
And sent them o’er the sea
They’d not been gone a week
And a week but barely one
When death sweeping over the land
Took 'em one by one
And they’d not been gone a week
A week but barely three
When word come to that young girl
Her babes she’d never see
I wish the wind would never blow
No fish swim in the flood
Till my darling babes are home
They’re home in flesh and blood
And there about the Martinmas
Nights are long and dark
Her three kids come to her door
Their hats were made of bark
And the tree never grew in any ditch
Nor down by any wall
But at the gates of Paradise
Grew strong grew tall
Blow up the fire my maidens all
Bring water from the well
Since my darling babes are home
They’ve come home safe and well
So she has laid the table
With bread and with wine
Come eat and drink my darling babes
Eat and drink of mine
We may not eat your bread mother
Nor may we drink your wine
For cold death is lord of all
To him we must resign
The green grass is at our head
And the clay is at our feet
And your tears come tumbling down
And wet our winding sheet
So she has made the bed for them
Spread the milk-white sheet
She’s laid it all with cloth of gold
To see if they could sleep
And up and crew the red cock
Up and crew the grey
And the youngest to the eldest says
Brother we must away
And the cock had not crowed once
And clapped his wings for day
When the eldest to the youngest says
Brother we must away
For the cock crow the day dawn
The chunnering worm chide
And if we’re missed out of our place
Then pain we must bide
Farewell farewell my mother dear
Farewell to barn and byre
And farewell the sweet young girl
Kindling my mother’s fire
Songtekstvertaling
Er woonde een vrouw in Usher ' s put.
En een rijke vrouw was zij.
Ze had drie fijne en dappere zonen.
En wij zonden hen over de zee.
Ze waren nog geen week weg.
En een week maar nauwelijks een
Als de dood over het land waait
Eén voor één.
En ze waren nog geen week weg.
Een week maar nauwelijks drie
Wanneer het woord tot dat jonge meisje komt
Haar schatjes die ze nooit zou zien.
Ik wou dat de wind nooit zou blazen
Geen vissen zwemmen in de zondvloed
Tot mijn lieve schatjes thuis zijn
Ze zijn in vlees en bloed thuis.
En daar over de Martinma ' s
De nachten zijn lang en donker
Haar drie kinderen komen naar haar toe.
Hun hoeden waren gemaakt van schors
En de boom groeide nooit in een greppel
En ook niet bij een muur.
Maar aan de poorten van het paradijs
Werd sterk groeide groot
Blaas het vuur op mijn Maagden
Breng water uit de bron
Sinds mijn lieve schatjes thuis zijn
Ze zijn veilig thuisgekomen.
Dus ze heeft de tafel gelegd.
Met brood en wijn
Kom eten en drink mijn lieve schatjes
Eet en drink van mij
We mogen je brood niet eten, moeder.
We mogen uw wijn ook niet drinken.
Want de koude dood is de heer van allen
Aan hem moeten we aftreden.
Het groene gras staat aan ons hoofd.
En de klei ligt aan onze voeten.
En je tranen vallen naar beneden
En onze wikkelplaten nat maken
Dus ze heeft het bed voor hen opgemaakt.
Spreiden van de melk - witte plaat
Ze heeft het allemaal gelegd met een doek van goud.
Om te zien of ze konden slapen.
En de bemanning van de rode pik
De grijze bemanning
En de jongste tot de oudste zegt
Broeder, we moeten weg.
En de Haan had niet één keer gekrouwd
En klapte zijn vleugels voor de dag
Als de oudste tot de jongste zegt
Broeder, we moeten weg.
Voor de haan kraai de dag dageraad
De chunnering-wormchide
En als we worden gemist uit onze plaats
Dan moeten we de pijn afwachten.
Vaarwel vaarwel mijn moeder lief
Vaarwel aan barn en byre
En vaarwel het lieve jonge meisje
Brandend mijn moeders vuur