Janus — Isaak songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Isaak" van Janus.
Songteksten
Die Sonne hielt sich feige
hinterm Horizont versteckt
da trat Vater in mein Zelt
und hat mich aufgeweckt.
Er sagte: Steh auf, Sohn!
Uns bleibt nicht mehr viel Zeit.
Gott verlangt ein Opfer
und der Weg zum Berg ist weit.
Wir nahmen den Esel.
Zwei Knechte mußten mit
die trugen das Holz.
Sie hielten kaum Schritt.
Wir durchquerten die Wüste.
Die Sonne brannte heiß.
Vater blickte kalt
sein Herz war aus Eis.
Vater, wohin ziehen wir?
Vater, bitte sprich mit mir!
Vater, wohin ziehen wir?
Vater, wo ist das Opfertier?
Es war am dritten Tag.
Wir konnten kaum mehr gehn.
Da hob Vater kurz die Augen
er schien etwas zu sehn.
Er befahl den Knechten:
Nehmt den Esel, wartet hier
am Fuße dieses Berges.
Mein Sohn, du kommst mit mir
Er zeigte hoch zum Gipfel.
Dort müssen wir hinauf!
Dann packte er das Holz
und lud mir alles auf
Ich bat ihn zu warten
doch er drehte sich nicht um.
Seine Lippen bebten
doch er blieb stumm
Vater, wohin ziehen wir?
Vater, bitte sprich mit mir!
Vater, wohin ziehen wir?
Vater, wo ist das Opfertier?
Vater baute schweigend
einen steinernen Altar.
Ich kann mich nicht erinnern
daß er je so grimmig war.
Auf dem ganzen Berg
war nicht ein Tier zu sehn
doch Vater machte Feuer
da begann ich zu verstehn.
Schon hielt er eine Fackel
und ein Messer in der Hand.
Ich schichtete das Holz
auf das er mich dann band.
Er lächelte entrückt.
Er lächelte gequält.
Er sagte: Gott hat dich
zum Opfer erwählt.
Vater, bring mich fort von hier!
Vater, was verlangt dein Gott von dir?
Vater, bring mich fort von hier!
Vater, ich bin kein Opfertier!
Vater, bitte sprich mit mir!
Der rettende Engel, er ist nicht hier!
Vater, bitte sprich mit mir!
Vater, was verlangt dein Gott von dir?
Ich bin kein Opfertier...
Songtekstvertaling
De zon was laf achter horizon verbergt daar kwam de vader in mijn tent en maakte me wakker.
En hij zei: Sta op, zoon.
We hebben niet veel tijd meer.
God eist een offer en de weg naar de berg is wijd.
We hebben de ezel meegenomen.
Twee bedienden moesten het hout met zich meedragen.
Ze hielden nauwelijks gelijke tred.
We zijn de woestijn overgestoken.
De zon was gloeiend heet.
Vader zag er koud uit zijn hart was gemaakt van ijs.
Vader, waar gaan we heen?
Vader, praat alsjeblieft met me!
Vader, waar gaan we heen?
Vader, waar is het offerdier?
Het was de derde dag.
We konden nauwelijks lopen.
Toen tilde vader even zijn ogen op en leek iets te zien.
Hij beval de dienaren: "neem de ezel en wacht hier aan de voet van deze berg."Mijn zoon, jij gaat met mij mee hij wees hoog naar de top.
Daar moeten we naar boven.
Toen pakte hij het hout en laadde alles op me Ik vroeg hem te wachten maar hij draaide zich niet om.
Zijn lippen beefden maar hij bleef stil vader, waar gaan we heen?
Vader, praat alsjeblieft met me!
Vader, waar gaan we heen?
Vader, waar is het offerdier?
Vader bouwde stilletjes een stenen altaar.
Ik kan me niet herinneren dat hij ooit zo fel was.
Er was geen dier te zien op de hele berg, maar vader maakte vuur, dus begon ik het te begrijpen.
Hij had al een zaklamp en een mes in zijn hand.
Ik legde het hout waarop hij me Bond.
Hij glimlachte verrukt.
Hij glimlachte helaas.
Hij zei: "God heeft jullie tot een offer uitverkoren."Vader, haal me hier weg!
Vader, wat verlangt uw God van u?
Vader, haal me hier weg!
Vader, Ik ben geen offerdier.
Vader, praat alsjeblieft met me!
De reddende engel, Hij is hier niet!
Vader, praat alsjeblieft met me!
Vader, wat verlangt uw God van u?
Ik ben geen offerdier...