Giorgio Gaber — La parola io songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "La parola io" van Giorgio Gaber.
Songteksten
La parola io
? un’idea che si fa strada a poco a poco
nel bambino suona dolce come un’eco
? una spinta per tentare i primi passi
verso un’intima certezza di se stessi.
La parola io con il tempo assume
un tono pi? preciso
qualche volta rischia
di esser fastidioso
ma? anche il segno
di una logica infantile
? un peccato ricorrente ma veniale.
Io, io, io ancora io.
Ma il vizio dell’adolescente
non si cancella con l’et?
e negli adulti stranamente
diventa pi? allarmante e cresce.
La parola io
? uno strano grido
che nasconde invano
la paura di non essere nessuno
? un bisogno esagerato
e un po' morboso
? l’immagine struggente del Narciso.
Io, io, io e ancora io.
Io che non sono nato
per restare per sempre
confuso nell’anonimato
io mi faccio avanti
non sopporto l’idea di sentirmi
un numero fra tanti
ogni giorno mi espando
io posso essere il centro del mondo.
Io sono sempre presente
son disposto a qualsiasi bassezza
per sentirmi importante
devo fare presto
esaltato da questa mania
di affermarmi ad ogni costo
mi inflaziono, mi svendo
io voglio essere il centro del mondo.
Io non rispetto nessuno
se mi serve posso anche far finta
di essere buono
devo dominare
sono un essere senza ideali
assetato di potere
sono io che comando
io devo essere il centro del mondo.
Io vanitoso, presuntuoso
esibizionista, borioso, tronfi o io superbo, megalomane, sbruffone
avido e invadente
disgustoso, arrogante, prepotente
io, soltanto io ovunque io.
La parola io questo dolce monosillabo innocente
? fatale che diventi dilagante
nella logica del mondo occidentale
forse? l’ultimo peccato originale.
Io.
Songtekstvertaling
Het woord I
? een idee dat beetje bij beetje zijn weg vindt
in het kind klinkt zoet als een echo
? een duwtje om de eerste stappen te proberen
naar een intieme zelfverzekerdheid.
Het woord dat ik met de tijd aanneem
een pi-toon? nauwkeurig
soms riskeert het
om vervelend te zijn
ma? ook het teken
van een kinderachtige logica
? een terugkerende maar dagelijkse zonde.
Ik, ik, ik weer.
Maar de Ondeugd van de tiener
gaat het niet af met et?
en bij volwassenen vreemd genoeg
wordt pi? alarmerend en groeiend.
Het woord I
? een vreemde schreeuw
die zich voor niets verbergt
de angst om niemand te zijn
? een overdreven behoefte
en een beetje morbide
? het schrijnende beeld van de Narcissus.
IK, IK, IK en ik weer.
I who was not born
om voor altijd te blijven
verward in anonimiteit
Ik kom naar voren.
Ik kan niet tegen de gedachte om te voelen
een aantal onder vele
elke dag breid ik uit
Ik kan het middelpunt van de wereld zijn.
Ik ben altijd aanwezig
Ik ben bereid tot elke gemeenheid.
om je belangrijk te voelen
Ik moet me haasten.
verheven door deze manie
om mezelf ten koste van alles te laten gelden
ze blazen me op, Ik val flauw.
Ik wil het middelpunt van de wereld zijn.
Ik respecteer niemand.
als ik het nodig heb, kan ik doen alsof.
om goed te zijn
Ik moet domineren.
Ik ben een wezen zonder idealen.
macht hongerig
Ik heb de leiding.
Ik moet het middelpunt van de wereld zijn.
Ik ijdel, aanmatigend
exhibitionist, lomp, truffels of ik, superbe, megalomaan, sissend
hebzuchtig en opdringerig
walgelijk, arrogant, overbezorgd.
ik ben overal.
Het woord dat ik deze lieve eenlettergrepige onschuldige
? fataal dat woest wordt
in de logica van de westerse wereld
misschien? de laatste erfzonde.
I.