Fauns — Cuiviénen songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Cuiviénen" van Fauns.

Songteksten

Endless night,
Not sun nor moon was born,
When deep in Arda’s womb
The Elves awoke under the stars
And dwelt there in the dark
Beside lake Cuiviénen’s shores,
The children of the light.
And shadows gathered to their doom,
Hidden by the night.

Down at the lake overshadowed by trees
We glanced at the sky from shadowless leas
And drank from the waters reflecting the stars,
And our songs were of light, for we dreaded the dark.
For those who did wander in the twilight alone
Were never seen again,
And their fate is unknown.
So we gathered in silence
As darkness crept near;
No longer could beautiful
Songs heal our fear.

Upon Cuiviénen the stars brightly shone
As we first opened our eyes
And we sang the first song;
Yet the sky now is clouded,
Silver leaves become dark
And the stars cease to shine;
Fear clutches our hearts.

But behold! - there a rider appeared in the night,
His hair shining golden and with eyes gleaming bright.
And some welcomed him gladly,
Some hid filled with awe,
And a dark shadow fled from the silver-lit shore.
‘O firstborn of Eru, lo! I bring you word
Of the Valar, the Lords of the West,
Who will gladly receive you to live as their guests
In the shadowless lands of the bless’d.’

Thus he spoke and we sensed Eru's will in his words,
Therefore many were willing to part.
Yet others there were who still would refuse,
For dark fear overshadowed their hearts.

‘O follow me now to that land in the West
Lit by stars and the light of Two Trees,
where the Valar will welcome you warmly as guests
In their land far beyond the great seas.’

Standing at the shore with a veil upon my eyes,
Knowing we’ll be gone
Long before the fire dies.
Darkness lies ahead
And there’s fear within my heart,
Yet there’s no regret,
For I know that we must part.

Thus we leave these dooméd lands
Long before the first day’s dawning,
Following the Vala’s light,
And the forest sighs in mourning.

O ye Elves who stay behind,
Know that still a hope remainés
For a day when you will follow –
May this not be the last farewell
The last farewell – the last farewell…
Farewell – namáriё!12

Songtekstvertaling


Eindeloze nacht, zon noch maan werd geboren, toen diep in Arda ' s schoot de Elfen wakker werden onder de sterren en daar in het donker woonden naast de oevers van het meer Cuiviénen, de kinderen van het licht.
En de schaduwen der boomen zullen zich bij de nacht verzamelen.

Bij het meer overschaduwd door bomen keken we naar de hemel van schaduwloze loodsen en dronken uit het water dat de sterren reflecteerde, en onze liederen waren van licht, want we vreesden het donker.
Voor hen die alleen in de schemering rondzwerven werd nooit meer iemand gezien en hun lot is onbekend.
Dus verzamelden we in stilte toen de duisternis dichterbij kroop; niet langer konden mooie liederen onze angst Helen.

Op Cuiviénen schitterden de sterren helder toen we onze ogen voor het eerst openden en we zongen het eerste lied; toch is de hemel nu bewolkt, zilveren bladeren worden donker en de sterren stoppen te schijnen; angst houdt onze harten vast.

Maar aanschouw! - er verscheen een ruiter in de nacht, zijn haar glanzend goud en met stralende ogen.
En sommigen verwelkomden hem graag, sommigen verschuilden zich vol ontzag, en een donkere schaduw vluchtte van de zilverkleurige kust.
O eerstgeborene van Eru! Ik breng u het woord van de Valar, de Heren van het Westen, die u graag zullen ontvangen om te leven als hun gasten in de schaduwloze landen van de zegenen'. Aldus sprak hij en we voelden ERU ' s wil in zijn woorden, daarom waren velen bereid om te scheiden.
Toch waren er anderen die nog steeds weigerden, want donkere angst overschaduwde hun harten.

'O volg mij nu naar dat land in het Westen verlicht door sterren en het licht van twee bomen, waar de Valar u hartelijk zal verwelkomen als gasten in hun land ver voorbij de grote zeeën.'Staande aan de kust met een sluier op mijn ogen, wetende dat we weg zullen zijn lang voordat het vuur sterft.
Duisternis ligt voor ons en er is angst in mijn hart, maar er is geen spijt, want ik weet dat we moeten scheiden.

Zo verlaten we deze doeméd landen lang voor de eerste dag aanbreekt, na het licht van de Vala, en het bos zucht in rouw.

O Elfen die achterblijven, weet dat er nog steeds hoop blijft voor een dag waarop jullie zullen volgen – moge dit niet het laatste afscheid zijn van het laatste afscheid – het laatste afscheid... Vaarwel – namárië!12