Emma Topping — Sonnet 99 songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Sonnet 99" van Emma Topping.

Songteksten

The forward violet thus did I chide:
Sweet thief, whence didst thou steal thy sweet that smells,
If not from my love’s breath? The purple pride
Which on thy soft cheek for complexion dwells
In my love’s veins thou hast too grossly dyed.
The lily I condemned for thy hand,
And buds of marjoram had stol’n thy hair:
The roses fearfully on thorns did stand,
One blushing shame, another white despair;
A third, nor red nor white, had stol’n of both
And to his robbery had annex’d thy breath;
But, for his theft, in pride of all his growth
A vengeful canker eat him up to death.
More flowers I noted, yet I none could see
But sweet or colour it had stol’n from thee.

Songtekstvertaling

Het voorste viooltje dus heb ik:
Lieve dief, vanwaar heb je je zoete geuren gestolen?,
Zo niet uit de adem van mijn liefde? De paarse trots
Die op uw zachte Wang voor teint woont
In de aderen van mijn liefde heb je te veel geverfd.
De lelie die ik veroordeelde voor uw hand,
En knoppen van Marjolein hadden stol ' n uw haar:
De rozen stonden angstvallig op doornen,
De ene bloozende schaamte, de andere witte wanhoop. ;
Een derde, noch rood noch wit, had stol ' n van beide
En bij zijn overval had je adem ingeademd.;
Maar, voor zijn diefstal, in trots op al zijn groei
Een wraakzuchtige kanjer vreet hem op.
Meer bloemen heb ik genoteerd, maar ik kon niemand zien.
Maar zoet of kleur had het van jou.