Electric President — Some Crap About the Future songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Some Crap About the Future" van Electric President.
Songteksten
You spread your rusty fingers across the ledge.
You get your grip and peer down over the edge.
You watch the city move and breathe and migrate.
You’re not apart of it. You’re broken now, like us.
I turn and brush the birds from off my shoulders.
And cross side-walks with an earful of white noise.
You sit up on your perch for the rest of the night.
You watch the moon and hope the damn thing crumbles.
You count the stars reflecting in the windows.
And then you realize just how minimal you are.
I stop and watch the airplanes leave the city.
And I silently wish I was on one.
You sit down slow and watch yourself in the glass.
You reach inside and tear out all your cables.
Snakes of smoke are dripping from your fingers.
You have no body, just a cage to hold your parts.
I have no answers; I’m rambling.
I was never one to solve whatever has gone wrong.
You lie down on the roof and watch the sun rise.
Its burning fingers rummage through your insides.
And for a moment you feel like you’re alive.
And then it’s gone, so you get up.
Up, up, baby. There’s blood on the sidewalks of this town.
They’ve got us on the ropes. But we don’t have to take it lying down anymore.
Our hands aren’t tied now.
Down, down, baby. Down in the in the center of this town.
They’ve got ‘em buried deep.
Under layers of concrete are the bones of our past.
(Oh no, no)
We’ll leave on the evening train.
It won’t be long, but it feels that way.
But home never meant very much to us anyway.
So we convince ourselves that we’re better off gone.
And maybe we’re right.
And we collapse on a road.
On an old dirt road, where the sun doesn’t look like such a waste.
And we fall asleep, under leaves of a couple of them nearby tress.
And we never wake again.
Songtekstvertaling
Je spreid je roestige vingers over de richel.
Hou je vast en kijk over de rand.
Je ziet de stad bewegen, ademen en migreren.
Je staat er niet los van. Je bent nu gebroken, net als wij.
Ik draai me om en borstel de vogels van mijn schouders.
En zijwandelingen met een oor vol wit geluid.
Je zit de rest van de nacht op je baars.
Je kijkt naar de maan en hoopt dat het ding afbrokkelt.
Je telt de sterren die in de ramen reflecteren.
En dan besef je hoe minimaal je bent.
Ik stop en kijk hoe de vliegtuigen de stad verlaten.
En ik wou dat ik er op één zat.
Ga rustig zitten en kijk uit in het glas.
Je reikt naar binnen en trekt al je kabels eruit.
Er druppelen rookslangen uit je vingers.
Je hebt geen lichaam, alleen een kooi om je delen vast te houden.
Ik heb geen antwoorden, ik ratel.
Ik heb nooit iets opgelost wat fout is gegaan.
Je gaat op het dak liggen en kijkt hoe de zon opkomt.
Zijn brandende vingers rommelen door je ingewanden.
En voor een moment heb je het gevoel dat je leeft.
En dan is het weg, dus sta op.
Omhoog, omhoog, baby. Er zit bloed op de trottoirs van deze stad.
Ze hebben ons in de touwen. Maar we hoeven er niet meer tegen te gaan liggen.
Onze handen zijn nu niet gebonden.
Omlaag, omlaag, baby. In het midden van deze stad.
Ze hebben ze diep begraven.
Onder lagen beton liggen de botten van ons verleden.
(Oh nee, nee)
We vertrekken met de avondtrein.
Het zal niet lang duren, maar zo voelt het wel.
Maar thuis betekende toch niet veel voor ons.
Dus we overtuigen onszelf dat we beter weg kunnen.
En misschien hebben we gelijk.
En we storten in op een weg.
Op een oude zandweg, waar de zon niet zo ' n verspilling lijkt.
En we vallen in slaap, onder bladeren van een paar van hen in de buurt tress.
En we worden nooit meer wakker.