Edith Piaf — De L'autre Côté De La Rue songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "De L'autre Côté De La Rue" van Edith Piaf.

Songteksten

Des murs qui se lézardent,
Un escalier étroit,
Une vieille mansarde
Et me voilà chez moi.
Un lit qui se gondole,
Un' table de guingois,
Une lampe à pétrole
Et me voilà chez moi
Mais le soir, quand le cafard me pénètre
Et que mon cœur est par trop malheureux,
J'écarte les rideaux de ma fenêtre
Et j'écarquille les yeux.
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fille,
Y a un' bell' fille
Qui a tout c’qu’il lui faut
Et mêm' le superflu.
D’l’autr' côté d’la rue,
Elle a d’l’argent, un' maison, des voitures,
Des draps en soie, des bijoux, des fourrures.
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fille,
Y a un' bell' fille.
Si j’en avais le quart, je n’en d’mand’rais pas plus,
D’l’autr' côté d’la rue.
Souvent, l'âme chagrine,
Quand je rentre chez moi,
Je vais courbant l'échine,
Il pleut ou il fait froid.
Faut monter sept étages,
Suivre un long corridor.
Je n’ai plus de courage.
Je me couche et je dors
Et le lend’main faut que tout recommence.
J’pars au travail dans le matin glacé,
Alors je m’dis y’en a qui ont trop d’chance
Et les autres pas assez.
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fill',
Y a un' bell' fille
Pour qui tout’s nos misèr's
S’ront toujours inconnues.
D’l’autr' côté d’la rue,
Quand il fait froid, ell' dans' des nuits entières,
Quand il fait chaud, ell' s’en va en croisière.
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fill',
Y a un' bell' fille.
Vivre un seul jour sa vie, je n’en d’mand’rais pas plus,
D’l’autr' côté d’la rue.
J’le connaissais à peine,
On s'était vu trois fois
Mais à la fin d’la s’maine
Il est venu chez moi.
Dans ma chambre au septième,
Au bout du corridor,
Il murmura: «Je t’aime».
Moi j’ai dit: «Je t’adore».
Il m’a comblée de baisers, de caresses,
Je ne désire plus rien dans ses bras.
Je vois ses yeux tout remplis de tendresse,
Alors je me dis tout bas:
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fill',
Y a un' pauvr' fille
Qui n’connaît rien d’l’amour,
Ni d’ses joies éperdues.
D’l’autre côté d’la rue,
Ell' peut garder son monsieur qu’ell' déteste,
Ses beaux bijoux, tout son luxe et le reste.
D’l’autr' côté d’la rue,
Y a un' fill',
Y a un' pauvr' fille
Qui regarde souvent, d’un air triste et perdu,
D’l’autr' côté d’la rue.

Songtekstvertaling

Muren die hagedis,
Een smalle trap,
Een oude zolder
En hier ben ik.
Een schommelbed,
Een tafel van guingois,
Olielamp
En hier ben ik thuis.
Maar ' s avonds, als de kakkerlak me doordringt
En dat mijn hart te ongelukkig is,
Ik spreid de gordijnen uit mijn raam.
En ik spreid mijn ogen.
Aan de overkant van de straat,
Er is een meisje.,
Er is een 'bell' meisje.
Wie heeft alles wat hij nodig heeft
En zelfs het overbodige.
Aan de overkant van de straat,
Ze heeft geld, een huis, auto ' s.,
Zijden lakens, juwelen, bont.
Aan de overkant van de straat,
Er is een meisje.,
Er is een 'bell' meisje.
Als ik een kwartje had, had ik er niet meer.,
Aan de overkant.
Vaak rouwt de ziel,
Als ik naar huis ga,
Ik ga de ruggengraat buigen.,
Het regent of het is koud.
Je moet zeven verdiepingen omhoog.,
Volg een lange gang.
Ik heb de moed niet meer.
Ik ga naar bed en slaap
En voor je het Weet, is het allemaal weer voorbij.
Ik vertrek naar het werk in de ijzige ochtend,
Dus ik denk dat er mensen zijn die te veel geluk hebben.
En de anderen niet genoeg.
Aan de overkant van de straat,
En een 'vul',
Er is een 'bell' meisje.
Voor wie alles onze ellende is
Zal altijd onbekend blijven.
Aan de overkant van de straat,
Als het koud is, is het een hele nacht.,
Als het warm is, gaat ze op een cruise.
Aan de overkant van de straat,
En een 'vul',
Er is een 'bell' meisje.
Leef één dag zijn leven, Ik ben niet meer bang.,
Aan de overkant.
Ik kende hem nauwelijks.,
We hadden elkaar drie keer ontmoet.
Maar aan het einde van de
Hij kwam naar mijn huis.
In mijn kamer op de zevende,
Aan het einde van de gang,
Hij fluisterde: "ik hou van je."
Ik zei: "Ik hou van je."
Hij vulde me met kussen, strelingen,
Ik wil niets meer in haar armen.
Ik zie haar ogen gevuld met tederheid,
Dus ik zeg tegen mezelf::
Aan de overkant van de straat,
En een 'vul',
Er is een ' arm ' meisje
Wie weet er niets van liefde?,
Noch zijn verloren geneugten.
Aan de overkant van de straat,
Ze kan haar heer houden die ze haat.,
Zijn prachtige sieraden, al zijn luxe en de rest.
Aan de overkant van de straat,
En een 'vul',
Er is een ' arm ' meisje
Die er vaak uitziet, verdrietig en verloren kijkt.,
Aan de overkant.