Don Francisco — Job's Lament songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Job's Lament" van Don Francisco.

Songteksten

Man who is born of a woman
Flowers and then fades away
He flees like a shadow at sunset
In a lifetime as short as the day
And there is hope for a stump that is severed
Though its root grows old in the earth
At the first scent of water it wakens
And branches come out in new birth
But man, he lies down, and where is he?
The mourners, they grieve and they weep
But from then ‘til the end of the ages
He will not awake from his sleep
But oh! That my pain would be written
With lead and a steel-pointed pen
Forever engraved into granite
That my words would endure to the end
And though the cry of my heart goes unanswered
When the breath flees away from these bones
In my grave I will wait in this knowledge
In my flesh I will see You alone
You, I know I shall see God my Savior
I will look on Him just as He is
And at last we will stand here together
For I know my Redeemer lives
Now my days they go by like a runner
Like ships driven hard by the wind
Like an eagle that swoops on its quarry
They rush to my death at the end
Though I wash me in crystal clear water
Though I cleanse all my fingers with lye
In the fierce holy light of Your presence
My uncleanness will stink to the sky
Turn away, then Your gaze and Your terror
‘Til I go to the darkness unseen
For You’re not like a man I can answer
And there’s no one to stand in between
There’s no one, no one to stand in between
(Repeat chorus)
Man who is born of a woman
Flowers and then fades away
He flees like a shadow at sunset
In a lifetime as short as the day

Songtekstvertaling

Man die geboren is uit een vrouw
Bloemen en dan vervaagt
Hij vlucht als een schaduw bij zonsondergang.
In een leven zo kort als de dag
En er is hoop voor een stomp die afgesneden is.
Hoewel zijn wortel oud wordt in de aarde
Bij de eerste geur van water wordt het wakker
En takken komen uit bij een nieuwe geboorte
Maar man, hij gaat liggen, en waar is hij?
De rouwenden, zij treuren en zij huilen
Maar van toen tot het einde der tijden
Hij zal niet wakker worden uit zijn slaap.
Maar oh! Dat mijn pijn geschreven zou worden
Met lood en een stalen pen
Voor altijd in graniet gegraveerd
Dat mijn woorden tot het einde zouden duren
En hoewel de schreeuw van mijn hart onbeantwoord blijft
Wanneer de adem wegvliegt van deze botten
In mijn graf zal ik wachten in deze kennis.
In mijn vlees zal ik je alleen zien
Jij, Ik weet dat Ik God mijn redder zal zien.
Ik zal naar hem kijken zoals hij is.
En eindelijk zullen we hier samen staan.
Want ik ken mijn Verlosser leven
Mijn dagen gaan voorbij als een loper.
Als schepen door de wind gedreven
Als een adelaar die op zijn prooi springt
Ze haasten zich naar mijn dood aan het einde
Al was ik me in kristalhelder water.
Al reinig ik al mijn vingers met loog
In het felle Heilige Licht van uw aanwezigheid
Mijn onreinheid zal naar de hemel stinken.
Wend je dan af met je blik en je angst.
Tot ik ongezien naar de duisternis ga
Want je bent niet als een man die ik kan beantwoorden
En er is niemand om tussenin te staan.
Er is niemand, niemand om tussenin te staan.
(Refrein herhalen)
Man die geboren is uit een vrouw
Bloemen en dan vervaagt
Hij vlucht als een schaduw bij zonsondergang.
In een leven zo kort als de dag