Dinah Shore — Exactly Like You songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Exactly Like You" van Dinah Shore.
Songteksten
The leaves were long
The grass was green
The hemlock-umbels tall and fair
And in the glade a light was seen
Of stars and shadow shimmering
Tinúviel was dancing there
To music of a pipe unseen
And light of stars was in her hair
And in her raiment glimmering
Near Beren came from mountains cold
And lusty wandered under leaves
And where the elven-river roamed
He walked alone and sorrowing
He peered between the hemlock-leaves
And saw in wonder flowers of gold
Upon her mantle and her sleeves
And her hair like shadow following
Enchantment healed his weary feet
That over hills were doomed to roam
And forward he hastened, strong and fleet
And grasped at moonbeams glistening
Through elven-woods and elven-hall
She lightly fled on dancing-feet
And left him lonely still to roam
In a silent forest, listening
He heard there, on the flying sand
Of feet as light as linden-leaves
Of music welling underground
And hidden hollows quivering
Now withered lay the hemlock-sheaves
And one by one with sighing sound
Whispering fell the beechen-leaves
In the wintry woodland withering
And sought her, ever wand’ring far
Where leaves of years were thickly strewn
A light of moon and ray of star
In frosty heavens shivering
Her mantle glittered in the moon
As on a hilltop high, afar
She danced, and at her feet were strewn
A mist of silver quivering
When Winter passed she came again
Her song released the sudden Spring
Like rising lark and falling rain
And melting water bubbling
He saw the elven-flowers spring
About her feet, and, healed again
He longed by her to dance and sing
Upon the grass, un-troubling
Again she fled, but swift he came
«Tinúviel, Tinúviel!»
He called her by her Elvish name
And there she halted, listening
One moment stood she under spell
His voice laid on her, Beren came
And doom fell on Tinúviel
That in his arms lay glistening
As Beren looked into her eyes
Within the shadows of her hair
The trembling starlight of the skies
He saw there mirrored, shimmering
Tinúviel the elven-fair
And mortal maiden elven-wise
About him cast her shadow’y hair
And arms like sliver, glimmering
Long was the way that fate them bore
O’er stormy mountains, cold and grey
Through halls barren, and darkling-door
And woods of night shades, morrow-less
The Sund’ring Seas between them lay
And yet, again, the met once more
And long ago they passed away
In the forest singing, sorrow-less
Songtekstvertaling
De bladeren waren lang.
Het gras was groen.
De dollekervel is groot en mooi.
En in de glade werd een licht gezien
Van sterren en schaduw glinsterend
Tinúviel danste daar.
Op muziek van een ongeziene pijp
En het licht van de sterren zat in haar haar
En in haar kleederen glinsterend
In de buurt van Beren kwam het uit de bergen.
En lustig zwierf onder bladeren.
En waar de elven-rivier zwierf
Hij liep alleen en bedroefd.
Hij keek tussen de dollekervel.
En zag in wonderbloemen van goud
Op haar mantel en haar mouwen
En haar haar als schaduw volgend
Betovering genas zijn vermoeide voeten.
Die over de heuvels gedoemd waren te zwerven
En hij haastte zich, sterk en vlugger.
En hij greep naar de glans van de maan.
Door elven-woods en elven-hall
Ze vluchtte lichtjes op dansende voeten.
En liet hem eenzaam rondzwerven.
In een stil bos, luisterend
Hij hoorde het, op het vliegende zand.
Van voeten zo licht als linden-bladeren
Van muziek ondergronds
En verborgen, zoekende.
Nu verdord lagen de dollekervel.
En één voor één met zuchtend geluid
Fluisterend viel de beukenbladeren
In het winterse bos verwelken
En hij zocht haar, altijd in de verte.
Waar bladeren van jaren dik bezaaid waren
Een licht van de maan en straal van de ster
In de hemel
Haar mantel schitterde in de maan
Als op een heuveltop hoog, ver
Ze danste, en aan haar voeten waren bezaaid
Een mist van zilver bevende
Toen de Winter voorbij was, kwam ze weer.
Haar lied kwam uit the sudden Spring
Als rijzende leeuwerik en vallende regen
En stromend water.
Hij zag de elven-bloemen lente
Over haar voeten, en, weer genezen
Hij verlangde naar haar om te dansen en te zingen
Op het gras, niet verontrustend
Toen vluchtte ze weer, maar snel kwam hij.
"Tinúviel, Tinúviel!»
Hij noemde haar bij haar Elfenaam.
En daar stopte ze, luisterend
Een moment stond ze in de ban
Zijn stem viel op haar, Beren kwam
En doom viel op Tinúviel
Dat in zijn armen glinsterde
Toen Beren in haar ogen keek
In de schaduw van haar haar
Het trillende sterrenlicht van de hemel
Hij zag daar spiegelend, glinsterend
Tinúviel de elven-fair
En het sterfelijke meisje, elvenwijs.
Over hem wierp haar schaduw.
En armen als Splinter, glinsterend
Lang was de manier waarop het lot hen droeg
O ' er stormachtige bergen, koud en grijs
Door onvruchtbare gangen, en door donkelende deuren.
En bos van nachtelijke tinten, morrow-less
De zondige zeeën tusschen hen lagen.
En toch, opnieuw, de met weer
En lang geleden zijn ze overleden.
In het bos zingen, verdriet-minder