Aristide Bruant — A Montmerte songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "A Montmerte" van Aristide Bruant.
Songteksten
Malgr? que j’soye un roturier,
Le dernier des fils d’un Poirier
D' la ru' Berthe,
Depuis les temps les plus anciens,
Nous habitons, moi-z-et les miens,
A Montmerte.
L’an mil-huit-cent-soixante et dix,
Mon papa qu’adorait l’trois six
Et la verte,
Est mort? quarante et sept ans,
C’qui fait qu’i r’pose d’puis longtemps,
A Montmerte.
Deux ou trois ans apr? s je fis
C’qui peut s’app’ler, pour un bon fils,
Eun rud' perte:
Un soir, su' l’boul’vard Rochechouart,
Ma pauv' maman se laissait choir,
A Montmerte.
Je n’fus pas tr? s heureux depuis,
J’ai bien souvent pass? mes nuits,
Sans couverte,
Et ben souvent, quand j’avais faim,
J’ai pas toujours mang? du pain,
A Montmerte.
Mais on? tait chouette, en c’temps-l?,
On n’sacr?c?urait pas sur la Butte d? serte,
Et j’faisait la cour? Nini,
Nini qui voulait fair' son nid,
A Monmerte.
Un soir d’automne? c’qui para? t,
Pendant qu’la vieill' butte r’tirait,
Sa robe verte,
Nous nous? pousions dans les foins,
Sans mair', sans noce et sans t? moin,
A Montmerte.
Depuis nous avons des marmots:
Des p’tits jumell’s, des p’tits jumeaux
Qui f’ront, certes,
Des p’tits Poirier qui grandiront,
Qui produiront et qui mourront,
A Montmerte.
Malgr? que j’soye un roturier,
Le dernier des fils d’un Poirier
D' la ru' Berthe,
Depuis les temps les plus anciens,
Nous habitons, moi-z-et les miens,
A Montmerte.
Songtekstvertaling
Malgr? dat ik een gewone burger ben.,
De laatste van de zonen van een perenboom
D 'La ru' Berthe,
Sinds de oudste tijd,
We leven, I-z-en de mijne,
Montmerte.
Het jaar 1787110,
Mijn vader hield van de drie zes
En de groene,
Is hij dood? zevenenveertig jaar,
Wat doet i r ' poseren voor een lange tijd,
Montmerte.
Twee of drie jaar geleden? Ja.
Wat kan worden toegepast, voor een goede zoon,
Verlies:
Op een avond, op de boul'vard Rochechouart.,
Mijn arme moeder liet zichzelf zingen.,
Montmerte.
Ik was tr niet? is gelukkig sinds,
Heb ik vaak een pas? mijn nachten,
Zonder bestek,
En ben vaak, toen ik honger had.,
Heb ik niet altijd mang? brood,
Montmerte.
Maar wij? mooi weer, hè?,
We sacreren niet?c?had je geen hekel aan de D-Hill? verlaten,
En ik maakte het Hof? Nini,
Nini die haar nest wilde verwennen.,
Op Monmerte.
Een herfstnacht? wie stopt er? u,
Terwijl de oude butte aan het schieten was,
Haar groene jurk.,
Wij zelf? stof in Hooi,
Zonder mair, zonder huwelijk en zonder t? moin,
Montmerte.
Sinds we marmots hebben:
Twin boys, twin boys
Wie voorin, zeker.,
Kleine perenbomen die zullen groeien,
Wie zal voortbrengen en sterven?,
Montmerte.
Malgr? dat ik een gewone burger ben.,
De laatste van de zonen van een perenboom
D 'La ru' Berthe,
Sinds de oudste tijd,
We leven, I-z-en de mijne,
Montmerte.