Titus Andronicus — Fear And Loathing In Mahwah, NJ songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Fear And Loathing In Mahwah, NJ" van Titus Andronicus.
Songteksten
Why do you do the things you’ve done
And how dumb would you have to be To do them again like I know you’re going to?
If you’re the poet you say you are and beauty’s in everything you see
Then how can love exist in a world run by people like you?
Because when there’s suffering, you’re there
From southern trees, you hang them in the air
The world screams out in agony and you don’t care
But should the shit hit the fan
I just pray you will not be spared
Fuck you
You took a heart with so much room for love
And filled it with hatred and rage
Until there was nothing left but for it to shrivel up and die
People will tell you that if you don’t love your neighbor
Then you don’t love God
But no god of mine would put light in such unrighteous eyes
Now the way we hold each other so tight
Would look more like a noose if held up to the light
Because we betray each other in dreams every night
Now let’s never speak of it again, all right?
Even now I curse the day, and yet, I think,
Few come within the compass of my curse,
Wherein I did not some notorious ill:
As kill a man, or else devise his death;
Ravish a maid, or plot the way to do it;
Accuse some innocent, and forswear myself;
Set deadly enmity between two friends;
Make poor men’s cattle break their necks;
Set fire on barns and hay-stacks in the night,
And bid the owners quench them with their tears,
Oft have I digged up dead men from their graves,
And set them upright at their dear friends' doors,
Even when their sorrows almost were forgot;
And on their skins, as on the bark of trees,
Have with my knife carved in Roman letters,
Let not your sorrow die, though I am dead.
Tut! I have done a thousand dreadful things
As willingly as one would kill a fly,
And nothing grieves me heartily indeed
But that I cannot do ten thousand more.
(Act V, Scene i, lines 129−148 of Shakespear’s Titus Andronicus)
Songtekstvertaling
Waarom doe je de dingen die je gedaan hebt?
En hoe dom zou je moeten zijn om ze weer te doen zoals ik weet dat je dat gaat doen?
Als je de dichter bent die je zegt dat je bent en schoonheid zit in alles wat je ziet
Hoe kan liefde dan bestaan in een wereld geleid door mensen zoals jij?
Want als er pijn is, ben je daar.
Aan de zuidelijke bomen hang je ze in de lucht.
De wereld schreeuwt van de pijn en het kan je niet schelen
Maar mocht het misgaan.
Ik bid dat je niet gespaard blijft.
Val dood.
Je nam een hart met zoveel ruimte voor liefde
En vulde het met haat en woede.
Totdat er niets meer over was dan dat het verschrompelde en stierf.
Mensen zullen je dat vertellen als je niet van je buurman houdt.
Dan hou je niet van God.
Maar geen god van mij zou licht in zulke boze ogen brengen.
Nu houden we elkaar zo stevig vast.
Het zou meer op een strop lijken als hij tegen het licht werd gehouden.
Omdat we elkaar elke nacht in dromen verraden.
Laten we er nooit meer over praten, oké?
Zelfs nu vervloek ik de dag, en toch, denk ik,
Weinigen komen binnen het kompas van mijn vloek.,
Daarin heb ik geen slechte daden verricht.:
Zoals een man doden, of anders zijn dood bedenken.;
Een meid verkrachten, of de manier bedenken om het te doen.;
Beschuldig een paar onschuldigen en verlaat mezelf.;
Stel dodelijke vijandigheid in tussen twee vrienden.;
Laat het vee van arme mannen hun nek breken.;
Brand op schuren en hooibakken in de nacht,
En zeg tot de bewoners van Mekka, dat zij hare tranen met elkander Zullen vermengen.,
Vaak heb ik dode mannen uit hun graf gegraven.,
En zette hen voor de deuren van hun dierbare vrienden,
Zelfs toen hun verdriet bijna vergeten was;
En op hun huiden, als de schors van de bomen.,
Heb met mijn mes gesneden in Romeinse letters,
Laat je verdriet niet sterven, hoewel ik dood ben.
Tut! Ik heb duizend vreselijke dingen gedaan.
Zo gewillig als men een vlieg zou doden,
En niets bedroeft mij van harte.
Maar ik kan geen tienduizend meer doen.
(Akte V, scène I, regels 129-148 van Shakespeare ' s Titus Andronicus)