The Waterboys — Malediction songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Malediction" van The Waterboys.

Songteksten

I am walking in the last rays of the setting sun.
Whistling a hangman’s tune with head held high swinging my gun.
I say this little boy is angry, I say this little boy is mad!
This little boy comes to destroy, stone-eyed, cold-faced in swathes of vengeance clad.
And the black cock crows. And a dead wind blows.
In my wake are seven women who tried to steal my soul.
In my belly six wild wolves curse and howl from their foul hole.
I say no earthly will may stop me, I say no earthly will may try.
No earthly will may halt the spill of blood from wounds and tears from craving
eyes.
And the black cock crows. And a dead wind blows.
Below me burn the city lights in fires of pearls and jewels.
I’m climbling down the city walls, unseen, unfussed — the sentries must be fools.
I say all pleasantries are over, I say all pleasantries are past.
My enemies, you pimps and thieves, prepare to meet your nemesis at last.
And the black cock crows. And the dead wind blows.

Songtekstvertaling

Ik loop in de laatste stralen van de ondergaande zon.
Fluitend een Hangman ' s tune met het hoofd omhoog gehouden met mijn pistool.
Als ik zeg dat deze kleine jongen boos is, zeg ik dat deze kleine jongen gek is!
Deze kleine jongen komt om te vernietigen, steenogige, koude gezichten in zwammen van wraak gekleed.
En de zwarte haan kraait. En een dode wind waait.
In mijn kielzog zijn zeven vrouwen die mijn ziel probeerden te stelen.
In mijn buik vervloeken zes wilde wolven en huilen uit hun Vuil gat.
Ik zeg geen aardse wil mag me tegenhouden, geen aardse wil mag het proberen.
Geen aardse wil mag het vergieten van bloed van wonden en tranen stoppen van hunkering
oog.
En de zwarte haan kraait. En een dode wind waait.
Onder me branden de stad lichten in vuur van parels en juwelen.
Ik klim door de stadsmuren, ongezien, ongezien-de wachters moeten gek zijn.
Alle beleefdheden zijn voorbij, alle beleefdheden zijn voorbij.
Mijn vijanden, pooiers en dieven, bereid je voor om eindelijk je aartsvijand te ontmoeten.
En de zwarte haan kraait. En de dode wind waait.