Steeleye Span — Seven Hundred Elves songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Seven Hundred Elves" van Steeleye Span.

Songteksten

Seven hundred elves from out the wood
Foul and grim they were
Down to the farmer’s house they went
His meat and drink to share
There was a farmer in the west and there he chose his ground
He thought to spend the winter there and brought his hawk and hound
He brought with him both hound and cock alone he begged to stay
And all the dear that roamed the wood had cause to rue the day
He felled the oak, he felled the birch, the beech nor poplar spared
And much was grieved the sullen elves at what the stranger dared
He hewed him baulks and he hewed him beams with eager toil and haste
Then up and spake the woodland elves: «Who's come our wood to waste?»
Up and spake the biggest elf and grimly rolled his eyes:
«We'll march upon the farmer’s house and hold on him assize
He’s knocking down both wood and bower, he shows us great distain
We’ll make him rue the day he was born and taste of shame and pain.»
All the elves from out the wood began to dance and spring
And marched towards the farmer’s house their lengthy tails to swing
The farmer from his window looked and quickly crossed his breast
«Oh woe is me,» the farmer cried, «The elves will be my guests.»
In every nook he made a cross and all about the room
And off flew many a frightened elf back to his forest gloom
Some flew to the east, some flew to the west, some flew to the north away
And some flew down the deep ravine and there forever stay

Songtekstvertaling

Zevenhonderd Elfen uit het bos
Vuil en grimmig waren ze.
Ze gingen naar het huis van de Boer.
Zijn vlees en drank om te delen
Er was een boer in het westen en daar koos hij zijn grond
Hij dacht de winter daar door te brengen en bracht zijn havik en hond
Hij bracht zowel hond als pik alleen mee hij smeekte om te blijven
En al het lief dat door het bos zwierf had reden om de dag te betreuren
Hij heeft de eik geveld, de berk geveld, de beuk of de populier gespaard.
En er was veel gerouwd over wat de vreemdeling durfde.
Hij huwde hem met baulks en hij huwde hem balken met gretig zwoegen en haast
"Wie is ons hout komen verspillen?»
Op en sprak de grootste elf en grimmige rolde zijn ogen:
"We marcheren naar het huis van de boer en houden hem vast
Hij slaat zowel hout als bower neer, hij toont ons grote ongenoegen.
We zullen hem berouwen op de dag dat hij geboren werd en van schaamte en pijn proeven.»
Alle elfen uit het bos begonnen te dansen en te springen
En marcheerde naar het huis van de boer met hun lange staart om te swingen.
De Boer keek uit zijn raam en stak snel zijn borst over.
"Wee mij," riep de Boer, " de Elfen zullen mijn gasten zijn.»
In elke hoek maakte hij een kruis en de hele kamer.
En er vloog een bange elf terug naar zijn sombere bos.
Sommigen vlogen naar het oosten, sommigen vlogen naar het westen, sommigen vlogen naar het noorden weg
En sommigen vlogen in het diepe ravijn en daar blijven voor altijd