Stadio — Inseparabili songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Inseparabili" van Stadio.

Songteksten

Sto in attesa, gli occhi fissi sul telefono
salgo in auto trafelato e quasi spasimo
manca poco e potrò riaverti, meno di un chilometro
poi ti vedo, e non è un ascensore che ci porta fin quassù
Sorvoliamo immense azzurrità
afferriamo nuova libertà
ci accorgiamo quanto è facile esser veri
incollando il corpo all’anima
diventiamo inseparabili
stretti in questa infinità
Siamo un battito veloce di cuore e ali insieme
mani che si cercano, la mente senza più catene
siamo pietre arroventate da un caldo brivido
acqua pura che ci rinfresca anche lo spirito
Sorvoliamo immense azzurrità
afferriamo nuova libertà
comprendiamo quanto è facile esser veri
incollando il corpo all’anima
diventiamo inseparabili
stretti in questa affinità
Ferma il tempo che un saluto anche oggi arriverà
un commiato odiato dietro un vetro alla stazione
non importa finché noi insieme
Sorvoliamo immense azzurrità
afferriamo nuova libertà
e capiamo quanto è facile esser veri
incollando il corpo all’anima
resteremo inseparabili
siamo noi l’infinità.

Songtekstvertaling

Ik wacht, ogen gefixeerd op de telefoon
Ik stap in de auto getrokken en bijna spasimo
Ik heb je terug, op minder dan een mijl afstand.
dan zie ik je, en het is geen lift die ons helemaal hierheen brengt.
We vliegen over immens blauw.
we grijpen nieuwe vrijheid
we beseffen hoe makkelijk het is om waar te zijn
het lichaam aan de ziel lijmen
we worden onafscheidelijk.
strak in deze oneindigheid.
We zijn een snelle hartslag en vleugels samen
handen op zoek naar elkaar, de geest zonder meer kettingen
we zijn stenen verschroeid met een warme sensatie
zuiver water dat ook de geest verfrist
We vliegen over immens blauw.
we grijpen nieuwe vrijheid
we begrijpen hoe makkelijk het is om waar te zijn.
het lichaam aan de ziel lijmen
we worden onafscheidelijk.
dichtbij in deze affiniteit
Stop de tijd dat er vandaag ook een begroeting komt
een gehaat afscheid achter een glas op het station
het maakt niet uit, zolang we maar samen zijn.
We vliegen over immens blauw.
we grijpen nieuwe vrijheid
en we begrijpen hoe makkelijk het is om waar te zijn
het lichaam aan de ziel lijmen
we zullen onafscheidelijk blijven.
we zijn oneindig.