Rainhard Fendrich — A winzig klaner Tropfen Zeit songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "A winzig klaner Tropfen Zeit" van Rainhard Fendrich.

Songteksten

Wir sollt´n was geminsam hab´n
mit irg´nd an fremden Gott,
der zornig und gerecht alles bestimmt.
Es is a Geist tiaf in uns drin,
vü stärker als der Tod,
der uns die Schwäche und die Nacktheit nimmt.
Wir hab´n alles in der Hand, des G´fühl is wunderbar
und glaub´n uns unwahrscheinlich wesentlich.
Doch jeder Blick nach oben macht uns immer wieder klar:
Als herrscher samma ziemlich lächerlich.
In aner Nacht unsagbar groß
schwebt irgendwo bedeutungslos
a winzig klaner Tropfen Zeit,
verdampft in der Unendlichkeit.
A Funken Leben, der verlischt
und die Vergänglichkeit verwischt.
Was scheinbar groß und mächtig war —
was kommt danach, was war davor?
A Felsen, der das Meer zerreißt
in seiner ganzen Kraft
in an scho endlos lang dauernden Streit.
I greif eam ängstlich an und gspia
auf amoe unverhofft
an ganz an klanen Hauch von Ewigkeit.
Da Wind reißt ma den Atem weg als hätt´ i nix zum sag´n
und miassat afach schweigend resignier´n.
I schrei so laut i kann weu kampflos gib i mi net g´schlag´n
und merk, i bin verurteilt zum Verlier´n
In aner Nacht unsagbar groß
schwebt irgendwo bedeutungslos
a winzig klaner Tropfen Zeit,
verdampft in der Unendlichkeit.
A Funken Leben, der verlischt
und die Vergänglichkeit verwischt.
Was scheinbar groß und mächtig war —
was kommt danach, was war davor?

Songtekstvertaling

We moeten wat collectief is HPS
met irgnd aan vreemden God,
de boze en bepaalt alles.
Er is een geest tiaf in ons,
sterker dan de dood,
die onze zwakheid en naaktheid wegneemt.
We hebben alles in de hand, het gevoel is prachtig
en geloof ons onwaarschijnlijk essentieel.
Maar elke blik maakt ons steeds weer duidelijk.:
Als heerser samma nogal belachelijk.
In aner Nacht onuitsprekelijk groot
zwevend ergens zonder betekenis
een kleine klaner druppel tijd,
verdampt in oneindigheid.
Een vonk van leven die verdwijnt
en vergankelijkheid vervaagt.
Wat groot en krachtig leek te zijn. —
wat komt er nu, wat was ervoor?
Een steen die de zee verscheurt
in al zijn macht
in een scho eindeloos Lang durend geschil.
Ik grijp eam angstig, en gspia
op amoe onverwacht
alle geluiden van de eeuwigheid.
Sinds de Wind de adem wegblaast alsof ik niets te zeggen heb.
en miassat neemt stilletjes ontslag.
Ik schreeuw zo hard ik weu, zonder een gevecht geef ik mí net gschlagn
en vergeet niet, Ik ben gedoemd te verliezen
In aner Nacht onuitsprekelijk groot
zwevend ergens zonder betekenis
een kleine klaner druppel tijd,
verdampt in oneindigheid.
Een vonk van leven die verdwijnt
en vergankelijkheid vervaagt.
Wat groot en krachtig leek te zijn. —
wat komt er nu, wat was ervoor?