Linda Thompson — Nursery Rhyme of Innocence and Experience songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Nursery Rhyme of Innocence and Experience" van Linda Thompson.
Songteksten
I had a silver penny
And an apricot tree
And I said to the sailor
On the white quay
Sailor O sailor
Will you bring me If I give you my penny
And my apricot tree
… fez from Algeria
An Arab drum to beat
A little gilt sword
And a parakeet?
And he smiled and he kissed me As strong as death
And I saw his red tongue
And I felt his sweet breath
You may keep your penny
And your apricot tree
And I’ll bring your presents
Back from sea.
O the ship dipped down
On the rim of the sky
And I waited while three
Long summers went by Then one steel morning
On the white quay
I saw a grey ship
Come in from sea
Slowly she came
Across the bay
For her flashing rigging
Was shot away
All round her wake
The seabirds cried
And flew in and out
Of the hole in her side
Slowly she came
In the path of the sun
And I heard the sound
Of a distant gun
And a stranger came running
Up to me
From the deck of the ship
And he said, said he O are you the boy
Who would wait on the quay
With the silver penny
And the apricot tree?
I’ve a plum-coloured fez
And a drum for thee
And a sword and a parakeet
From over the sea.
O where is the sailor
With bold red hair?
And what is that volley
On the bright air?
O where are the other
Girls and boys?
And why have you brought me Children’s toys?
Songtekstvertaling
Ik had een zilveren penny.
En een abrikozenboom
En ik zei tegen de ZEEMAN
Op de witte kade
Sailor O sailor
Breng je me als ik je mijn penny geef?
En mijn abrikozenboom
... fez uit Algerije
Een Arabische drum om te slaan
Een klein verguld zwaard
En een parkiet?
En Hij glimlachte en kuste me zo sterk als de dood
En ik zag zijn rode tong.
En ik voelde zijn zoete adem
Je mag je penny houden.
En je abrikozenboom
En ik breng je cadeautjes.
Terug van zee.
O het schip gedompeld
Aan de rand van de hemel
En ik wachtte terwijl ik drie was.
Lange zomers gingen voorbij op een stalen ochtend.
Op de witte kade
Ik zag een grijs schip.
Kom uit zee
Langzaam kwam ze
Over de baai
Voor haar knipperende tuigage
Werd doodgeschoten.
Rondom haar wake
De zeevogels huilden
En vloog in en uit
Van het gat in haar zij
Langzaam kwam ze
In het pad van de zon
En ik hoorde het geluid
Van een geweer in de verte
En een vreemde kwam aanrennen.
Aan mij de keus.
Vanaf het dek van het schip
En hij zei: "O, ben jij de jongen?"
Wie zou er op de kade wachten?
Met de zilveren penny
En de abrikozenboom?
Ik heb een pruimengekleurde fez.
En een trommel voor jou.
En een zwaard en een parkiet
Van over de zee.
Waar is de ZEEMAN?
Met vet rood haar?
En wat is die salvo?
Aan de heldere lucht?
O waar zijn de andere
Meisjes en jongens?
En waarom heb je me kinderspeelgoed gebracht?