Landeshymne (D-A-CH) — Rheinland-Pfalz songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Rheinland-Pfalz" van Landeshymne (D-A-CH).

Songteksten

Am deutschen Strom, am grünen Rheine,
ziehst Du Dich hin, o Pfälzerland!
Wie lächelst Du im Frühlingsschmucke,
wie winkt des Stromes Silberband!
Da steh' ich auf des Berges Gipfel und
schau auf dich in süßer Ruh'
und jubelnd ruft's in meinem Herzen:
O Pfälzerland, wie schön bist du!

Es nickt von deinen sanften Hügeln
die Rebe mir im Sonnenstrahl,
es lockt das Grün mich deiner Wälder,
der Fluren Pracht in jedem Tal.
Von deinen Kirchen und Kapellen tönt
mir die Sonntagsglocke zu,
und Andacht und Begeist'rung flüstern:
O Pfälzerland, wie schön bist du!

Und deiner Burgen graue Trümmer und
deines Domes stolzer Bau,
wie grüßen sie im Sonnengolde
vom Berge mich und aus der Au!
Es zieht mich hin zu ihren Räumen,
es treibt mich ihren Hallen zu,
und wie ich wandre, tönt es freudig:
O Pfälzerland, wie schön bist du!

Ja, schön bist du, o Fleckchen Erde
am deutschen Strom, am grünen Rhein,
du Land voll Biederkeit und Treue,
du Land im Frühlingssonnenschein!
Und find ich einst in Deinem Schoße,
o Pfälzerland, die sel'ge Ruh,
dann ruf' ich mit dem letzten Hauche:
O Pfälzerland, wie schön bist du!

Songtekstvertaling

Bij de Duitse Beek, bij de groene Rheine, trek jezelf, O Palatinaat!
Hoe je glimlacht in lente ornamenten, hoe de beek met zilveren linten wappert!
Daar sta ik op de top van de berg en kijk naar je in zoete rust, en met vreugde roept het in mijn hart: O Palatijnland, wat ben je mooi!

Het knikt uit uw zachte heuvels de wijnstok me in de zonnestraal, het lokt de groene ik van uw bossen, de gangen pracht in elke vallei.
Van uw kerken en kapellen luidt de zondagsklok voor mij, en toegewijde en enthousiaste fluisteringen: O Palatijn land, wat ben je mooi!

En de grijze ruïnes van uw kastelen, en de trotse bouw van uw koepel, hoe zij mij begroeten in de gouden zon van de berg, en van de vloed!
Het trekt me naar hun kamers, het drijft me naar hun hallen, en als ik dwaal, klinkt het vreugdevol: O Palatijn land, wat bent u mooi!

Ja, je bent mooi, o plek van de aarde op de Duitse rivier, op de groene Rijn, je land vol bescheidenheid en loyaliteit, je land in de lentezon!
En als ik ooit in jouw boezem vind, O Paleizen, de gezegende rust, dan roep ik met de laatste adem: "O Paleister, wat ben jij mooi!