Julien Clerc — Les Vendredis songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Les Vendredis" van Julien Clerc.
Songteksten
Je faisais partie
Du cercle des amis
Qui se tenait le vendredi
Quand le couvert était mis, était mis
Nous parlions de Chopin
De son curieux destin
Et des autres salons voisins
A l’ennui trop malsain, trop malsain
Et le jeune pianiste jouait
Tout ce qu’il voulait
Sauf l’envolée des walkyries
Qui faisait trop de bruit, trop de bruit
Il y avait là
Quelques femmes du monde
Et un peintre parfois connu
Qui faisait rire son monde, rire son monde
On aimait les cartes des jeux
Entre nous bien entendu
Et l’on ne trichait plus
Chacun se croyait heureux, croyait heureux
Et le jeune pianiste jouait
Tout ce qu’il pouvait
Sauf le Prélude Attristant
Qui navrait trop de gens, trop de gens
Il y avait toujours
Quelque chose à fêter
Tout au long de l’année
Les occasions étaient bonnes, étaient bonnes
L’alcool était meilleur
La maison était chaude
Nous partions pour ailleurs
Dans le matin souillé, matin souillé
Et le jeune pianiste dormait
La tête sur son clavier
Surpris par le sommeil
Au crépuscule des dieux, des dieux, des dieux
Songtekstvertaling
Ik maakte deel uit van
Uit de kring van vrienden
Die werd gehouden op vrijdag
Toen het bestek werd gelegd, werd
We hadden het over Chopin.
Van zijn eigenaardige lot
En andere naburige salons
Verveling te ongezond, te ongezond
En de jonge pianist speelde
Alles wat hij wilde.
Behalve de vlucht van de Walkuren
Dat maakte te veel lawaai, te veel lawaai.
Er was daar
Sommige vrouwen van de wereld
En een schilder soms bekend
Die zijn wereld liet lachen, zijn wereld liet lachen
We vonden de kaarten van de Spelen leuk.
Tussen ons natuurlijk.
En we speelden niet meer vals.
Iedereen dacht dat ze gelukkig waren.
En de jonge pianist speelde
Alles wat hij kon
Behalve het verdrinkende voorspel.
Die te veel mensen verdrietig maakte, te veel mensen.
Er was altijd
Iets om te vieren
Het hele jaar door
De kansen waren goed, waren goed
Alcohol was beter.
Het huis was warm.
We gaan ergens anders heen.
In de ochtend Vuil, morgen Vuil
En de jonge pianist sliep.
Hoofd op zijn toetsenbord
Verrast door de slaap
Bij zonsondergang goden, goden, goden