Jean — Claude annoux aux jeunes loups songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Claude annoux aux jeunes loups" van Jean.

Songteksten

Ils sortent de l’enfance comme s’ils sortaient d’un bois
Plus tremblant d’arrogance que de peur ou de froid
Les jeunes loups, les jeunes loups
Ils abordent la vie avec la même foi
Chacun guettant sa proie d’un égal appétit
De jeune loup, les jeunes loups
Si vous tentez de les séduire
Ils vous montrent les dents
Mais quand ils sourient leur sourire
Est celui d’une enfant
Il ne faut pas les flatter
De la main, ce ne sont pas des chiens
Ils gardent toujours leur fierté
Même s’ils n’ont pour manger
Qu’un seul os à ronger
Ils aiment s’amuser, mais ne savent pas qu’ils jouent
Quand entre chien et loup on les voit déguisés
En loups-garous, les jeunes loups
Parfois leurs yeux s’allument
Quand passe une ingénue
Aux longs cheveux de lune
Qu’ils suivent dans la rue
A pas de loups, les jeunes loups
Et bientôt dans leur cœur tout bouge
Quand ils se voient tremblant
Au bras d’un petit chaperon rouge
Qu’ils habillent de blanc
Ils se croient apprivoisés
Installés dans un conte de fées
Mais rien n’est fini pour autant
Car la vie les attend
Pour leur faire les dents
Pour que jeunesse se passe
Ou sans raison du tout
On leur dit tout à coup
D’aller faire la chasse
Aux autres loups, les jeunes loups
Avec ou sans lauriers, ils reviennent meurtris
Et peuvent réciter, même sans l’avoir appris
La mort du loup, les jeunes loups
Alors ils arrêtent leurs frasques
Et s’arrachent soudain
Le loup qui leur servait de masque
Et par un beau matin
Se retrouvent à la croisée des chemins
Seuls devant leur destin
Et prennent la voie de leur choix
Qu’ils poursuivent tout droit
Sans reculer d’un pas
Même si beaucoup d’entre eux
Vivent sans foi ni loi
Cela importe peu
Ce qui compte pour moi
C’est qu’ils sont devenus des hommes
Et qu’un jour parmi eux
Il s’en trouvera deux…
Pour aller fonder Rome

Songtekstvertaling

Ze komen uit hun kindertijd alsof ze uit een bos komen.
Meer trillen van arrogantie dan angst of kou
Jonge Wolven, Jonge Wolven
Ze naderen het leven met hetzelfde geloof.
Iedereen op zoek naar zijn prooi met een gelijke eetlust
Jonge wolf, Jonge Wolven
Als je ze probeert te verleiden
Ze laten je de tanden zien.
Maar als ze glimlachen ...
Is dat van een kind
Vlei ze niet.
Uit de hand, dit zijn geen honden
Ze houden altijd hun trots
Zelfs als ze niet hoeven te eten.
Slechts één bot te knagen
Ze vinden het leuk om plezier te hebben, maar weten niet dat ze spelen
Tussen hond en Wolf zien we ze in vermomming.
Bij weerwolven, Jonge Wolven
Soms lichten hun ogen op.
Als een genie voorbijkomt
Met lang maanhaar
Dat ze volgen in de straat
Geen wolven, Jonge Wolven
En spoedig in hun harten beweegt alles.
Wanneer zij zichzelf zien beven
Op de arm van een Roodkapje
Dat ze zich in het wit kleden
Ze denken dat ze getemd zijn.
In een sprookje gesetteld
Maar er is nog niets voorbij.
Want het leven wacht op hen.
Om hun tanden te maken
Voor de jeugd
Of zonder reden.
Ze horen het opeens.
Om te gaan jagen
Voor de andere wolven, de Jonge Wolven
Met of zonder lauweren, komen ze gekneusd terug.
En hij kan lezen, ook al heeft hij het niet geleerd.
De dood van de Wolf, De Jonge Wolven
Dus ze stoppen hun strijd
En plotseling grijpen
De wolf die diende als hun masker
En op een mooie ochtend
Ontmoet elkaar op een kruispunt
Alleen voor hun lot
En neem het pad van hun keuze
Dat zij den rechten weg vervolgen.
Zonder een stap terug te doen
Hoewel velen van hen
Leven zonder geloof of wet
Het maakt niet uit.
Wat voor mij belangrijk is
Zijn zij dan mensen geworden?
En dat op een dag onder hen
Er zullen er twee zijn.…
Om Rome te vinden