Glass Prism — The Raven songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "The Raven" van Glass Prism.
Songteksten
Once upon a midnight dreary, while I pondered, weak and weary,
Over many a quaint and curious volume of forgotten lore,
While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping,
As of some one gently rapping, rapping at my chamber door.
«'Tis some visitor,» I muttered, «tapping at my chamber door,
Only this and nothing more.»
Ah, distinctly I remember it was in the bleak December,
And each separate dying ember wrought its ghost upon the floor.
Eagerly I wished the morrow; vainly I had sought to borrow
From my books surcease of sorrow, sorrow for the lost Lenore,
For the rare and radiant maiden whom the angels name Lenore,
Nameless here for evermore.
Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter,
In there stepped a stately Raven of the saintly days of yore.
Not the least obeisance made he; not a minute stopped or stayed he,
But, with mien of lord or lady, perched above my chamber door,
Perched upon a bust of Pallas just above my chamber door,
Perched, and sat, and nothing more.
Then the ebony bird beguiling my sad fancy into smiling,
By the grave and stern decorum of the countenance it wore,
«Though thy crest be shorn and
shaven, thou,» I said, «art sure no craven,
Ghastly grim and ancient Raven wandering from the Nightly shore,
Tell me what thy lordly name is on the Night’s Plutonian shore!»
Quoth the Raven, «Nevermore.»
Songtekstvertaling
Eens op een nacht somber, terwijl ik nadacht, zwak en vermoeid,
Over veel van een schilderachtige en merkwaardige hoeveelheid vergeten folklore,
Terwijl ik knikte, bijna een dutje deed, kwam er plotseling een tikje,
Als van een zacht rappend, rappend aan mijn kamerdeur.
"Het is een bezoeker," mompelde ik, " tikkend op mijn kamerdeur,
Alleen dit en niets meer.»
Ik weet nog dat het in December was.,
En elke afzonderlijke stervende ember smeedde zijn geest op de vloer.
Ik wenschte den morgen graag; ik wilde den dag graag lenen.
Uit mijn boeken surcease of sorrow, sorrow for the lost Lenore,
Voor de zeldzame en stralende maagd die de engelen Lenore noemen,
Naamloos hier voor altijd.
Open hier gooide ik de sluiter, toen, met veel geflirt en geflirt,
Daar kwam een statige Raaf van de heilige dagen van vroeger.
Niet de minste gehoorzaamheid maakte hem; geen minuut stopte of bleef hij,
Maar, met mien van Heer of dame, boven mijn kamerdeur,
Op een buste Pallas net boven mijn kamerdeur,
Zittend, en niets meer.
Dan zal de ebbenvogel mijn droevige Fantasie verleiden om te glimlachen.,
Bij het graf en de strengheid van het gelaat dat het droeg.,
"Hoewel uw kam geschoren en
geschoren, gij, "zei Ik," ben zeker geen laffe,
Afgrijselijk grimmige en oude Raaf zwervend van de nachtelijke kust,
Vertel me wat uw Lord naam is op de nacht Plutonian shore!»
Zei De Raaf: "nooit meer.»