Charles Trenet — Quand descend le soir songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Quand descend le soir" van Charles Trenet.

Songteksten

Sur le banc de bois
Mais tu n’es pas là…
J’entends les pigeons
Qui roucoul’nt en rond,
J’entends les enfants
Qui s’amusent à la guerre, aux éléphants, gaiement.
Je vois, tour à tour,
Les amants d’amour
Echanger entre eux
Des baisers voluptueux.
J’entends la chanson d’l’automne
Dans les arbres qui frissonnent.
Quand descend le soir,
Que je vais m’asseoir
Sur le banc de bois
Mais tu n’es pas là.
Je vois un' statue.
Cet homm' de vertu
N’a pas évité
La postérité.
Ses cheveux trop longs
Tombent sur son veston.
Son sourire figé
Convient mal à son air un peu trop négligé.
Destin des statues
D'être là, têtues,
Au fond des allées,
Tristement, pour nous rapp’ler
L’inventeur d’la pomm' de terre
Ou celui du paratonnerre.
Quand descend le soir,
Que je vais m’asseoir
Sur le banc de bois
Mais tu n’es pas là…
Le soleil s'éteint.
Jusqu'à d’main matin
Ses reflets, dans l’eau
Sont ceux des vélos.
Les cinés s’allument
Et, déjà, la brume
Enveloppe les toits,
Enveloppe les bois et tout' la ville se noie
Dans un flot d’passants
Au rythme incessant.
C’est l’instant joyeux,
C’est l’instant d’un mond' merveilleux,
C’est la foire des Invalides.
Aux p’tit’s autos, je m’décide,
Quand descend le soir,
Que je vais m’asseoir
Sur le banc de hois
Mais tu n’es pas là…

Songtekstvertaling

Op de houten bank
Maar je bent er niet.…
Ik hoor de duiven.
Wie is hees in cirkels,
Ik hoor de kinderen.
Plezier hebben in oorlog, olifanten, Vrolijk.
Ik begrijp het, draai om.,
Liefde liefhebbers
Uitwisseling met elkaar
Weelderige kussen.
Ik hoor het herfstlied
In de rillende bomen.
Wanneer komt naar beneden in de avond,
Dat ik ga zitten
Op de houten bank
Maar je bent er niet.
Ik zie een standbeeld.
Deze man van deugd
Niet vermijd
Zaad.
Haar haar is te lang.
Val op zijn jas.
Haar bevroren glimlach
Ze ziet er een beetje te verwaarloosd uit.
Lot van de beelden
Om daar te zijn, koppig,
Op de bodem van de steegjes,
Helaas, voor ons
De uitvinder van de aardappel
Of de bliksemafleider.
Wanneer komt naar beneden in de avond,
Dat ik ga zitten
Op de houten bank
Maar je bent er niet.…
De zon gaat uit.
Tot de ochtendhand
Zijn reflecties, in het water
Zijn die van de fietsen.
Films lichten op
En, nu al, de mist
Wikkelt de daken,
Bedekt het bos en de hele stad verdrinkt
In een stroom van voorbijgangers-by
In een onophoudelijk tempo.
Dit is het vreugdevolle moment.,
Dit is het moment van een prachtige wereld,
Dit is de invalidenmarkt.
Bij de Kleine auto ' s, beslis ik,
Wanneer komt naar beneden in de avond,
Dat ik ga zitten
Op de bank van hois
Maar je bent er niet.…