Bruno Pelletier — The age of the cathedrals songtekst en vertaling

De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "The age of the cathedrals" van Bruno Pelletier.

Songteksten

This is a tale that takes its place.
In Paris fair, this year of grace.
Fourteen hundred eighty two.
A tale of lust and love so true.

We are the artists of the time,
We dream in sculpture dream in rhyme.
For you we bring our world alive,
So something will survive.

From nowhere came the age of the cathedrals.
The old world began.
A new unknown thousand years.
For man just has to climb up where the stars are.
And live beyond life.
Live in glass and live in stone.

Stone after stone, day after day.
From year to year man had his way.
Men had built with faith and love.
These cathedrals rose above.

We troubadours and poets sing.
That love is all and everything.
We promise you, all human kind.
Tomorrow will be fine.

From nowhere came the age of the cathedrals.
The old world began.
A new unknown thousand years.
For man just has to climb up where the stars are.
And live beyond life.
Live in glass and live in stone.

From nowhere came the age of the cathedrals.
The old world began.
A new unknown thousand years.
For man just has to climb up where the stars are.
And live beyond life.
Live in glass and live in stone.

But it is doomed the age of the cathedrals.
Barbarians wait.
At the gates of Paris fair.
Oh let them in, these pagans and these vandals.
A wise man once said.
In two thousand, this world ends.
In two thousand, this world ends.

Songtekstvertaling

Dit is een verhaal dat zijn plaats inneemt.
In Parijs, dit jaar van genade.
Veertien honderd tweeëntwintig.
Een verhaal van lust en liefde zo waar.

Wij zijn de kunstenaars van die tijd, we dromen in sculptuur droom in rijm.
Voor jou brengen we onze wereld levend, zodat iets zal overleven.

Van nergens kwam de eeuw van de kathedralen.
De oude wereld begon.
Een nieuwe onbekende duizend jaar.
Want de mens moet gewoon klimmen waar de sterren zijn.
En verder leven dan het leven.
Leven in glas en leven in steen.

Steen na steen, dag na dag.
Van jaar tot jaar had de mens zijn zin.
Mannen hadden met geloof en liefde gebouwd.
Deze kathedralen stonden er boven.

Wij troubadours en dichters zingen.
Dat liefde alles is.
We beloven het je, allemaal mensen.
Morgen is prima.

Van nergens kwam de eeuw van de kathedralen.
De oude wereld begon.
Een nieuwe onbekende duizend jaar.
Want de mens moet gewoon klimmen waar de sterren zijn.
En verder leven dan het leven.
Leven in glas en leven in steen.

Van nergens kwam de eeuw van de kathedralen.
De oude wereld begon.
Een nieuwe onbekende duizend jaar.
Want de mens moet gewoon klimmen waar de sterren zijn.
En verder leven dan het leven.
Leven in glas en leven in steen.

Maar het is gedoemd tot de eeuw van de kathedralen.
Barbaren wachten.
Aan de poorten van de Parijse kermis.
Laat ze binnen, die heidenen en die Vandalen.
Een wijs man zei ooit.
Over tweeduizend eindigt deze wereld.
Over tweeduizend eindigt deze wereld.