Adversus — Abendklang songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Abendklang" van Adversus.
Songteksten
Abendklang, wie bist du mir vertraut in traubendunkler Nachtumarmung
Senkst lächelnd deine trüben Hände in den summenden Stock des Wespenvolkes.
Die Uhr schlägt acht und achtmal bin ich hingeschlagen vor dir und durch dich,
Abendklang.
Ruhelos und voller Hass betracht' ich mir summend die blutende Sonne.
Wo werde ich sein, wenn der Morgen mir mit belegter Zunge graut?
Was werde ich tun, wenn die Uhr sorgsam und unerträglich langsam rückwärts
tickt?
Wie soll ich schlafen unter jenem grinsenden Wolkenschwer?
Wo bringt die Nacht mir ein schwankendes Dach?
Bin ich allein auf den unergründlich hallenden Straßen des Mondlichts?
Kann ich mich fassen und wie ist mein Kurs?
Was schreit die kleine Amsel im schwarzklammen Park?
Und wo magst du sein, wenn ich wie ein Kind leise weine um dich?
Abendklang, wie ängstigst du meine Ohren mit bitter raschelnder Blätterstille?
Und sieh' nur, die Bäume im blauen Dunst jenes Weges dort.
Auch Glocken und Stimmen von Ferne, wie früher, tönen sie golden gleich.
Und doch singen sie Zukunft, nur ohne meinen Namen
Songtekstvertaling
Avondgeluid, hoe komt het dat je me vertrouwd in grape dark night hugs?
Smilingly laat je sombere handen in de humming stok van de WESP mensen.
De klok slaat acht en acht keer toe Ik ben geraakt voor u en door u,
Avond geluid.
Rusteloos en vol haat beschouw ik mezelf als zoemend in de verdomde zon.
Waar zal ik zijn als de ochtend me grijst met een bedekte tong?
Wat moet Ik doen als het horloge voorzichtig en ondraaglijk langzaam achteruit gaat?
teken?
Hoe moet ik slapen onder die grijnzende wolk?
Waar brengt de nacht me een schommelend dak?
Ben ik alleen in de onpeilbare straten van het maanlicht?
Kan ik me oriënteren en hoe is mijn koers?
Wat schreeuwt Die Kleine Merel in het black Gorge Park?
En waar kan je zijn als ik zachtjes om je heen huil als een kind?
Avondgeluid, Hoe maak je mijn oren bang met bittere rustende stilte?
En kijk, de bomen in de blauwe nevel van die weg daar.
Zelfs klokken en stemmen van ver klinken als goud.
En toch zingen ze toekomst, alleen zonder mijn naam