A Hope For Home — Post Tenebras Lux songtekst en vertaling
De pagina bevat de songtekst en de Nederlandse vertaling voor het nummer "Post Tenebras Lux" van A Hope For Home.
Songteksten
The man sits from afar watching a silent march. The only light seeps from
Out the eyes of the marching men, but it is not enough to light the path.
Still they march, endlessly. The man reaches his hands into the soil and
Finds a weak, glowing light.
Under a dim lit sky shadows marched like statues.
Darkness was coursing throughout their veins, and light shone from their
Eyes.
And it was all they had, but it was not enough to light their way: A silent
March into awaiting graves.
Turned my back against the night, toward the hope that there’s a place
Where truth abides.
For here we’re left to wonder why we douse the flame and there is nothing
Left inside.
We have become as the ravens; mighty in numbers and blocking out the
Sun… the sun.
And here my will could never contend: Is this not cold and bent?
And where does my volition fit in? Where?
Too weak to wade amongst the dead, too tired to stand amongst the rest.
So face the sky and tell me how you gauge living in vain?
Show me the crooked and bent, the shape of contempt…
Of… contempt… of… contempt… of contempt.
We’ve buried the flame, but I contend to dig it up again.
Songtekstvertaling
De man zit van ver naar een stille Mars te kijken. Het enige licht sijpelt van
Uit de ogen van de marcherende mannen, maar het is niet genoeg om het pad te verlichten.
Toch marcheren ze eindeloos. De man reikt zijn handen in de grond en
Vindt een zwak, gloeiend licht.
Onder een schemerige luchtschaduw marcheerde als beelden.
Duisternis stroomde door hun aderen, en licht scheen uit hun
Oog.
En het was alles wat zij hadden, maar het was niet genoeg om hun weg te verlichten: een stille
Marcheer in wachtend op graven.
Keerde mijn rug tegen de nacht, naar de hoop dat er een plek is
Waar de waarheid blijft.
Want hier blijven we ons afvragen waarom we de vlam doven en er is niets
Links binnen.
Wij zijn geworden als de raven, die in aantal toenemen en die de
Zon ... de zon.
En hier kan mijn wil nooit beweren: is dit niet koud en krom?
En waar past mijn wil in? Waar?
Te zwak om tussen de doden te waden, te moe om tussen de rest te staan.
Dus kijk naar de hemel en vertel me hoe je denkt tevergeefs te leven?
Toon me de kromme en gebogen, de vorm van minachting…
Van ... minachting ... van ... minachting ... van minachting.
We hebben de vlam begraven, maar ik probeer het weer op te graven.